woensdag 5 november 2014

10 tips voor meer pensioen

Kunnen we later nog wel volledig op aow en een aanvullend pensioen via onze werkgever vertrouwen? Die vraag houdt veel consumenten bezig.


 
Foto: Corbis

Verzekeraars spelen handig op die angst in, met allerlei varianten van pensioenverzekeringen. In die sector waart echter nog steeds het spook rond van de woekerpolis met de hoge, veelal onduidelijke kosten. Gelukkig zijn er ook andere manieren om een extra pensioenpotje te sparen.
Wilt u een hoger pensioen? Dan komt het er meestal op neer dat u tijdens uw werkzame leven iets extra opzij moet zetten voor later.
Gemiddeld kunnen Nederlanders na hun 65e (nu vooralsnog dus steeds een maand later per jaar) nog een pensioenperiode van zo'n 15 jaar tegemoet zien. Dit betekent dat we in de 35 tot 40 jaar dat we werken, zo'n 15 jaar inkomen bij elkaar moeten sparen. Liefst meer, want het gaat om gemiddelden. U zou wel eens 100 jaar kunnen worden.

1. Sluit een lijfrenteverzekering
Als warme broodjes gingen deze polissen vroeger over de toonbank: de inleg in een lijfrentepolis was vaak geheel fiscaal aftrekbaar. De aftrek is inmiddels fors beperkt. Alleen als u een pensioentekort heeft, is er nog iets aftrekbaar. De ruimte voor aftrek (de jaarruimte) kunt u onder meer op de website van de Belastingdienst uitrekenen. Eventuele pensioentekorten in voorgaande jaren spelen ook een rol (de reserveringsruimte).
Het saldo in deze aftrekbare polis is vrijgesteld van de 1,2 procent-heffing in box 3, maar de toekomstige uitkeringen zijn (deels) belast tegen het belastingtarief voor 65-plussers.
De hoge verzekeringskosten lieten vaak weinig over van het fiscale voordeel. Ook na de woekerpolisaffaire mogen verzekeraars nog relatief hoge kosten inhouden.

2. Ga banksparen
Het voordelig alternatief voor de lijfrenteverzekering heet banksparen. Dit bankproduct heeft dezelfde fiscale voordelen. U stort de inleg op een rekening, waarover de bank elk jaar rente vergoedt. Beleggen is ook mogelijk, maar dat gaat wel met hogere kosten gepaard. Aan het einde van de looptijd bent u wel weer op een verzekeraar aangewezen: u moet het kapitaal in een tijdelijke of levenslange pensioenuitkering omzetten.
Aanvulling: Banksparen is niet alleen over naar een verzekeringsmaatschappij wat meer kosten met zich meebrengt. Een bank keert zelf ook de pensioentermijnen uit, zonder kosten, wel met opstart kosten.


3. Stort extra in het pensioenfonds
Ook dit kan fiscaal vriendelijk, mits u de fiscale ruimte voor pensioenopbouw nog niet geheel hebt benut. Vraag uw pensioenfonds naar de mogelijkheden. Zit uw fonds nu in de gevarenzone, dan is deze optie even minder interessant. Met name de grotere fondsen bieden echter nog steeds een kostenefficiƫnte pensioenopbouw. Vaak is het ook mogelijk om vrije dagen in de pensioenpot in te brengen.

4. Matig uw pensioenverwachtingen
Dit is natuurlijk geen tip om meer pensioen te krijgen. Maar de uiteindelijke vraag bij pensioen zou altijd moeten zijn: hoeveel heeft u eigenlijk nodig? Wellicht kunt u na uw pensionering heel wat zuiniger leven dan op dit moment. Dat betekent dat u nu ook niets extra of wellicht zelfs minder opzij hoeft te zetten.

5. Werk langer door
Niet een leuke boodschap en zeker niet voor iedereen haalbaar, maar soms onvermijdelijk als extra sparen er niet (meer) in zit. Elk doorgewerkt jaar leidt tot een hoger pensioeninkomen.

6. Deeltijdpensioen
Doorwerken hoeft niet fulltime, u kunt ook enkele dagen in de week doorwerken.

7. Zelf sparen
De meeste flexibele manier om extra pensioen op te bouwen is zelf sparen. Spaargeld valt onder de 1,2 procent-heffing in box 3 (er is een vrijstelling van 20.661 euro per persoon), maar u heeft niet de kosten van een pensioenproduct. Elke maand jarenlang iets opzij zetten - als het inkomen dit toelaat - kan tot verrassende resultaten leiden. Door het 'rente op rente'-effect tikt elk extra spaarjaar extra aan. Elke maand 100 euro sparen levert bij een gemiddelde rente van 4% na 20 jaar 32.074 euro op, na 30 jaar 56.111 euro en na 40 jaar 87.793 euro. Dit na aftrek van de 1,2 procent-heffing.

8. Ga beleggen
Op lange termijn de meest profijtelijke manier van vermogensopbouw. Het rendement is echter onzeker. De meeste experts hanteren voor de langere termijn als richtlijn 8 procent. Na 20 jaar, na aftrek van de box 3-belasting, leidt dan een maandelijkse inleg van 100 euro in een beleggingsfonds of indexfonds tot 49.889 euro, na 30 jaar 113.342 euro en na 40 jaar 235.851 euro. Een paar jaar voordat u het geld nodig heeft, is het verstandig om het risico van de beleggingen te verlagen, bijvoorbeeld door naar staatsobligaties over te stappen.

9. Los op uw huis af
Door nu af te lossen, heeft u straks een afbetaald huis. Dat levert interessante mogelijkheden op voor iedereen die na de pensionering kleiner of elders wil wonen, en daarbij een deel van de verkoopprijs van het huis overhoudt. Blijft u daarentegen gewoon in uw afbetaalde huis wonen, dan zijn in ieder geval de woonlasten aanzienlijk lager. Nu stapsgewijs aflossen, levert later dus indirect een hoger vrij besteedbaar pensioeninkomen op.

10. Een overlijdensrisicoverzekering
Bij een pensioentekort worden vaak de nabestaanden hard getroffen. Als de hoofdkostwinner overlijdt, blijft de partner niet zelden achter met een miserabel slechte voorziening voor de oude dag. Controleer bij uw pensioenfonds hoe het met uw nabestaandenpensioen zit en sluit zonodig een overlijdensrisicoverzekering af. Met het kapitaal kan de achterblijver haar of zijn pensioenvoorziening opvijzelen.

Bron: http://www.telegraaf.nl/dft/geld/pensioen/vermogen-overig/article21414080.ece

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen